In deze rubriek staan verschillende foto's van schietterreinen die door eenheden van de grondgebondenluchtverdediging in gebruik zijn geweest.

Geschiedenis

Na de Tweede Wereldoorlog begon Nederland met het uitbreiden van de krijgsmacht. Dit was nodig vanwege de Sovjetdreiging in Europa. Ook werd de luchtdoelartillerie fors uitgebreid. Het luchtverdedigingsconcept was destijds zo dat Nederland volledig op eigen grondgebied verdedigd moest worden tegen luchtaanvallen. Hiervoor was veel materieel en personeel nodig, en navenant veel opleidingscapaciteit en oefenterreinen. In tegenstelling tot andere wapens had de Luchtdoelartillerie nog geen eigen schietkamp. De infanterie had al sinds 1899 een eigen Infanterieschietkamp in de Harskamp, de cavalerie kreeg de beschikking over het Cavalerieschietkamp op Vlieland en de artillerie had het Artillerieschietkamp in Oldebroek.[1]

Sinds 1925 werd er al geoefend bij Fort Kijkduin met zware luchtdoelartillerie, maar voor de rest was men aangewezen op een schietterrein in Duitsland. Vanaf 1 mei 1951 kwam er uitbreiding met de oprichting van het Luchtdoelartillerieschietkamp. In de jaren die volgden kreeg men de beschikking over drie extra terreinen en eigen legering.[2]

In de jaren 60 veranderde het luchtverdedigingsconcept met de komst van geleide wapens. Deze werden gestationeerd in Duitsland, waar zij tezamen met tank- en infanterie-eenheden de aan Nederlandse toegewezen sector in de Noord-Duitse laagvlakte bewaakten. Er was daardoor minder luchtdoelartillerie nodig om in eigen land strategische objecten te verdedigen. De zware luchtdoelartillerie werd afgeschaft en de lichte luchtdoelartillerie gemoderniseerd en ingekrompen tot 6 afdelingen. Het gevolg hiervan was dat de schietterreinen Groote Keeten en Kijkduin niet meer nodig waren en werden afgestoten.

Eind jaren 70 kreeg de Koninklijke Luchtmacht de beschikking over eigen kanonnen en radarsystemen ter verdediging van de Nederlandse vliegvelden, en werd medegebruiker van het schietkamp. Bij de landmacht werd de PRTL ingevoerd. Dit gaf weer een impuls aan het gebruik van het schietkamp. Dit hield stand tot eind jaren 90.

Als gevolg van de defensienota 2000 werd de luchtdoelartillerie gereorganiseerd. De resterende kanonsystemen (Flycatcher/40L70 en Cheetah PRTL) werden afgestoten. Tegelijkertijd werd er een modernisering aangekondigd, wat de aanschaf betekende van raketsystemen. Hiermee kon echter niet geoefend worden op het Luask, omdat door de grote dracht de lucht- en scheepvaart te veel hinder zouden ondervinden. Dit leidde tot sluiting van het schietkamp op 1 januari 2005.

Er wordt nu gebruik gemaakt van schietterreinen in het buitenland zoals in Oksbøl (Denemarken), Todendorf (Duitsland) en op Kreta.

Bron: Wikepedia 

Om naar het hoofdalbum te gaan: Klik hier . . .

 

 
 
   
© EMBEESOFT 2019 Joomla versie 3.9.11