Selecteer de taal

DOCTRINE GELEIDE WAPENS

  Auteur: Ronald Dorenbos, LKol bd, KLu

Grondgebonden luchtverdediging valt onder één van de vier rollen van Air Power, namelijk Control of the Air. Hiermee wordt bedoeld het bevechten van het (tijdelijke, plaatselijke of absolute) luchtoverwicht, zodat het eigen grondgebied alsmede eigen strijdkrachten niet worden blootgesteld aan vijandelijke luchtacties en eigen offensieve luchtacties in het eigen en vijandelijke luchtruim niet door een tegenstander kunnen worden verhinderd. Grondgebonden luchtverdediging valt binnen Control of the Air in de subcategorie Defensive Counter Air: de acties vinden plaats in het eigen luchtruim ter verdediging tegen aanvallende luchtstrijdkrachten.

Grondgebondenluchtverdediging vindt plaats met inachtneming van vier principes en zes richtlijnen. Deze principes en richtlijnen spelen bij het hogere niveau een dominante rol bij het ontwerpen van een verdediging tegen een opponent ('defence design').

De vier principes zijn: mass, mix, mobility en integration. NAVO gaf invulling aan deze principes door het grote aantal ontplooide wapensystemen (o.a. NIKE, HAWK en SHORAD), de mix van wapensystemen met complementaire capaciteiten (in hoogte, bereik, vuursnelheid, frequentiebereik, vermogen om met elektronische storing om te gaan etc.), de tactische mobiliteit (gold echter niet voor NIKE) en de integratie en inzet van de diverse wapensystemen onder centraal NAVO-commando maar met gedecentraliseerde uitvoering van de operaties ('centralised command, decentralised execution').

De zes richtlijnen zijn: mutual support, overlapping fires, balanced fires, weighted coverage,  early engagement en defence in depth. Door de systemen zó te positioneren dat ze elkaars dode zones bestrijken (mutual support) en de interceptiezones elkaar overlappen (overlapping fires) kan een gesloten verdediging worden gecreëerd, ook indien een systeem (tijdelijk) niet operationeel inzetbaar is. Balanced fires garandeert een verdediging naar alle windrichtingen. Omdat o.a. NIKE en HAWK een 360º bereik hadden, kon ook een tegenstander op de thuisvlucht nogmaals worden onderschept. Weighted coverage geeft prioriteit aan luchtverdediging gericht tegen een opponent uit het oosten. Door het grote bereik van NIKE of door HAWK-systemen vlak achter de frontlijn te positioneren kon een tegenstander vroegtijdig worden aangegrepen (early engagement). Het positioneren van meerdere en diverse wapensystemen in de diepte van het eigen luchtruim (defence in depth) betekent dat een tegenstander meerdere luchtverdedigingssystemen moest overleven vóór hij zijn doel in het achterland van het NAVO-gebied kon bereiken.

NAVO had gekozen voor een dubbele gordel van geleide wapen-eenheden (NIKE en HAWK) langs de grens met het Warschau-Pakt ('missile belts'), met daarachter een gebied waar gevechtsvliegtuigen verantwoordelijk waren. Plaatselijk waren korte-dracht systemen (SHORAD) met de lokale luchtverdediging belast. Met deze opstelling konden de hierboven genoemde principes zoveel als mogelijk worden ingevuld.

NIKE en HAWK Belts
NIKE en HAWK Belts

OPLEIDINGEN NIKE

 Auteur: Ronald Dorenbos, LKol bd, KLu

De opleidingen voor het personeel dat de eerste lichting personeel voor 1 en 2GGW ging vormen vond plaats bij de US Army Air Defense School (USAADS) in Fort Bliss (El Paso), Texas, USA. Technisch personeel kreeg de opleiding bij het US Army Ordnance Guided Missile School (OGMS) te Redstone Arsenal in Huntsville, Alabama, USA. Na de formatie van 1 respectievelijk 2GGW werden de navolgende lichtingen intern de luchtmacht opgeleid, met uitzondering van technisch personeel dat de opleidingen in Huntsville bleef volgen. Medio 1960 werd het C-squadron van 1GGW aangewezen de opleidingen voor vuurleidings- en lanceringspersoneel te verzorgen vanuit de Damloup Kaserne te Rheine, daarbij gebruik makend van de apparatuur van het op Rheine gestationeerde D-squadron. Deze situatie was verre van ideaal, daarom werd de opleidingstaak in oktober 1964 overgeheveld naar de Luchtmacht Elektronische en Technische School (LETS) te Schaarsbergen. Tot de uitfasering van de NIKE bleven de operationele opleidingen daar gesitueerd. Het 'schooltje' op de LETS beschikte echter niet over operationele apparatuur. Daarom bestond de opleiding hier vooral uit theorie.

Na de theoretische opleiding werd de cursist gedetacheerd bij één van de operationele squadrons in Duitsland en begon daar aan zijn OTT. Onder leiding van de aan hem toegewezen OTT-leermeester voerde de cursist allerlei werkzaamheden uit die hij uiteindelijk zelfstandig moest beheersen. Van zijn voortgang werd nauwkeurig verslag gedaan in zijn OTT-takenboek. Een OTT-toezichthouder was verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking van de opleiding. Als de OTT-leermeester van mening was dat de cursist voldoende was gevorderd deed de cursist een praktisch examen, vaak onder het oog van externe deskundigen zoals die van het onderdeels-Operational Readiness Evaluation (ORE) team. Bij goed gevolg was de cursist geslaagd en werd bij een squadron geplaatst. Binnen zijn squadron volgden additionele trainingen en opleidingen, bij voorbeeld voor de neventaken.

Lanceerpersoneel bij instructie op de LETS (foto: NIMH)
Lanceerpersoneel bij instructie op de LETS (foto: NIMH)

Bronnen:

  • R. Nederlof: Blazing Skies (2002), Sectie Luchtmachthistorie/Sdu,  ISBN 90 12 09678 2
  • Q. van der Vegt: Take-off (2013), Nederlands Instituut voor Militaire Historie/Boom, ISBN 9789461055705
  • E. van Loo, S. Maaskant, D. Starink en Q. van der Vegt: Verenigd op de grond, daadkrachtig in de lucht (2017), Nederlands Instituut voor Militaire Historie/Boom, ISBN 9789089537027
 

 

Pagina 3 van 3