Selecteer de taal

OPLEIDINGEN HAWK

Auteur: Ronald Dorenbos, LKol bd, KLu 

De opleidingen voor het personeel dat de eerste lichting personeel voor 3 en 4GGW ging vormen vond plaats bij de USAADSin Fort Bliss, Texas, USA. Technisch personeel kreeg de opleiding bij het OGMS te Huntsville, Alabama, USA. Na de formatie van 3 respectievelijk 4GGW werden de navolgende lichtingen intern de luchtmacht opgeleid, met uitzondering van technisch personeel. Al het personeel dat deel ging uitmaken van 5GGW en niet oorspronkelijk met 3 en 4GGW in de USA was opgeleid werd intern opgeleid. In november 1965 startte de LETS met de opleiding van vuurleidings- en lanceerpersoneel. Vanaf 1964 tot 1978 werd technisch personeel opgeleid bij de Anti Air Artillery (AAA) school te Lombardsyde, België. Omdat België niet meeging in het European HAWK Improvement Program (EHIP) moesten de technische opleidingen vanaf 1978 verzorgd worden door de fabrikant van de HAWK (Raytheon) vanuit El Paso, Texas, USA. In later jaren ging België alsnog over tot de invoering van EHIP, waarna de technische opleidingen weer in Lombardsyde werden verzorgd. Nadat België in 1993/4 de HAWK uitfaseerde, vonden de technische opleidingen wederom in El Paso plaats, ditmaal echter verzorgd door de German Air Force Air Defence School (GAFADS). De operationele HAWK-opleidingen werden in 1975 verplaatst naar de Vliegbasis Twenthe maar nog steeds onder auspiciën van de LETS. Na oprichting van GGWDP  werden vanaf 1996 de opleidingen verzorgd door 120Sq van dit onderdeel.

Na de voornamelijk theoretische opleiding aan de LETS volgde een OTT-periode zoals beschreven onder de NIKE.

HAWK vuurleiders in opleiding (foto: NIMH)
HAWK vuurleiders in opleiding (foto: NIMH)

Bronnen:

  • R. Nederlof: Blazing Skies (2002), Sectie Luchtmachthistorie/Sdu,  ISBN 90 12 09678 2
  • Q. van der Vegt: Take-off (2013), Nederlands Instituut voor Militaire Historie/Boom, ISBN 9789461055705
  • E. van Loo, S. Maaskant, D. Starink en Q. van der Vegt: Verenigd op de grond, daadkrachtig in de lucht (2017), Nederlands Instituut voor Militaire Historie/Boom, ISBN 9789089537027

 

Werk in uitvoering

De site 'Grondgebondenluchtverdediging.nl' is momenteel in onderhoud.
De oorspronkelijke data wordt geleidelijk weer teruggezet, maar dat vereist wat geduld.
De 'Gallery' of het fotoalbum is nog steeds bereikbaar via deze link: gallery
 
The site 'Groundbasedairdefence' is currently under maintenance.
The original data will be restored gradually, but that requires some patience.
The 'Gallery' or the photo album is still accessible through this link: gallery
 
Excuses voor het ongemak

OPERATIE WILD TURKEY

Op vrijdag 11 januari 1991 werd rond de middag bij 3 en 5GGW het regeringsbesluit bekend gemaakt dat Nederland twee PATRIOT-squadrons zou uitzenden naar Turkije. Voor de meesten was deze mededeling een volslagen verrassing, slechts een enkeling was onder absolute geheimhouding al met de planning voor deze operatie bezig. Omdat 502 en 503Sq (van 5GGW) de meest ervaren PATRIOT-squadrons waren, had de Luchtmachtstaf besloten deze eenheden uit te zenden. 3GGW kreeg een tweeledig opdracht: ondersteuning van 5GGW met voorraden en uitrusting, alsmede het voorbereiden van het personeel van 327Sq (en 326Sq, dat zich op dat moment in de eindfase van haar PATRIOT-opleiding bevond) voor de aflossing op termijn van de 5GGW-squadrons. Al in de avond van 11 januari bezorgde een konvooi vanuit Blomberg de door 5GGW bestelde ‘boodschappen’, waaronder een aantal missiles.

Omdat de luchtoorlog boven Irak op het punt van beginnen stond (het ultimatum liep op 15 januari af), was haast geboden met de ontplooiing. De Luchtmachtstaf boog zich over de vraag hoe het transport te organiseren. In het weekend van 12/13 januari werd besloten de systemen door de lucht te transporteren met ingehuurd civiel luchttransport en militair luchttransport beschikbaar gesteld door een aantal NAVO-landen. Op dinsdag 15 januari begon het luchttransport vanuit Hannover en Wunsdorf met bestemming Diyarbakir. Niet-essentieel of urgent benodigd materieel werd per schip vanuit Bremerhaven naar Iskenderun vervoerd en vandaar over de weg naar Diyarbakir. Het verplaatsen van PATRIOT-apparatuur door de lucht was nog nooit door Nederlanders beoefend en leidde daardoor tot veel improvisaties. In de vroege ochtend van 17 januari arriveerde de eerste apparatuur te Diyarbakir, waar het werd opgewacht door de voorgaande dag ingevlogen personeel. Na het ontladen van de vliegtuigen was het ‘inbrengen’ van de apparatuur een routineklus, zij het dat ditmaal het systeem daadwerkelijk afvuurgereed moest worden gemaakt. Op 17 januari om 09:30u rapporteerde de eenheden zich op ‘Battle Stations’.

Opdracht voor het Nederlandse detachement was om de vliegbasis te Diyarbakir, evenals het zich daar bevindende NAVO Sector Operations Center (SOC) en de stad Diyarbakir te beschermen tegen Iraakse ‘SCUD’ aanvallen en mogelijke conventionele luchtaanvallen. De betreffende ‘SCUD’ was in feite een door Irak gemodificeerde Sovjet R-17/8K14 Tactical Ballistic Missile (TBM; NATO-naam SS-1c SCUD-B), door hen de ‘Al Hussein’ genoemd. Deze TBM had een vergrote reikwijdte (max. 600km) en bezat een warhead van 500kg explosieven. Om de ‘SCUD’ met enige kans op succes te kunnen onderscheppen was een software modificatie nodig (PDB-3) die door de firma Raytheon op 19 januari werd geïnstalleerd. Het detachement kreeg echter niet de beschikking over voor de onderschepping van TBMs geoptimaliseerde PAC-2 missiles.

Niet gerust op de mate van bescherming, verzocht Turkije ook om de ontplooiing van HAWK-systemen. Nederland (en Duitsland) gaven hieraan gehoor. Op 30 januari ontvingen 324 en 328Sq de opdracht om zich voor onmiddellijke luchtverplaatsing gereed te maken. Al op de volgende dag vond het eerste luchttransport plaats en binnen de kortste keren waren beide squadrons operationeel inzetbaar te Diyarbakir. Naast PATRIOT- en HAWK-systemen bracht Nederland ook nog STINGER-wapensystemen in in de luchtverdediging van Diyarbakir. Duitsland leverde een HAWK-eenheid, waarmee Diyarbakir wel erg druk werd. Qua commandovoering moest het nodige worden geïmproviseerd: uiteindelijk werd de operationele commandolijn: HQ Allied Forces SOUTH (AFSOUTH, Napels) – 6th Allied Tactical Air Force (6ATAF, Izmir) – SOC Diyarbakir – ICC 3/5GGW. De Duitse HAWK-eenheid werd onder bevel van de Nederlandse ICC gesteld. Op alle bovenliggende niveaus werden Nederlandse liaisonofficieren geplaatst.

Omdat de leef- en werkomstandigheden in Turkije behoorlijk onderdeden voor die in Duitsland werd besloten tot een frequente roulatie van het personeel. Op 16 februari loste het personeel van 326Sq de bemanningen van 502 en 503Sq af. Het personeel van 327Sq was oorspronkelijk ook voorbestemd voor de aflossing, maar had inmiddels Israël als inzetlocatie opgedragen gekregen. Op 19 maart loste 5GGW het PATRIOT-personeel van 3GGW weer af, het HAWK-personeel van 3GGW werd niet afgelost.

Voor het onderscheppen van TBMs werd het PATRIOT-systeem in ‘auto-engagement mode’ geplaatst; hierbij detecteert het systeem zelfstandig inkomende TBMs en bevuurt die zonder menselijke interventie. Daartoe moeten o.a. de launchers in ‘operate’ zijn geschakeld. Op 24 januari leidde een vals radarcontact tot het automatisch afvuren van twee PATRIOT-missiles, zonder overigens tot noemenswaardige schade te leiden. Na dit incident werden de launchers op ‘standby’ gehouden, zoals de collega’s van 327Sq in Israël al deden.

Op 28 februari kwam een eind aan de grondoorlog. Voor het detachement in Turkije leidde dit tot een statusverlaging en het plannen van de terugtocht. Op 17 maart werd het HAWK-personeel van 3GGW al gerepatrieerd. Op 26 maart begon een lange kolonne de reis van Diyarbakir naar Iskenderun waar het materiaal zou worden ingescheept voor de terugreis. Op 28 maart arriveerde het laatste personeel terug in Duitsland. Met de terugkeer van het materieel op 18 april in de Eemshaven kwam een einde aan operatie ‘WILD TURKEY’.

Na de vele jaren van gewenning aan de situatie van de Koude Oorlog, vereiste de onverwachte uitzending naar een onbekende bestemming, binnen een onbekende commandostructuur en tegen een relatief onbekende dreiging, een complete omschakeling in denken en doen. Niet alleen voor het wapengebonden personeel, maar ook voor de staven. ‘WILD TURKEY’ betrof de eerste grootschalige uitzending van luchtmachtpersoneel sinds de inzet in Nieuwe-Guinea in de 60’er jaren. Strategische (lucht)verplaatsingen, inbedding in een vreemde, ad-hoc commandostructuur en inzet vanaf ‘exotische’ locaties zou sinds ‘WILD TURKEY’ het leven van de GGW’er gaan bepalen. 

Uitzendtermijn: 11 januari 1991 – 28 maart 1991

Detachementssterkte: ca. 330

Detachementscommandanten:

  • Kol J.D. Tees (11 januari 1991 - 16 februari 1991)
  • Kol M. Nederlof (16 februari 1991 – 28 maart 1991)

Link naar foto’s WILD TURKEY


Geraadpleegde bronnen:

  • R. Nederlof: Blazing Skies (2002), Sectie Luchtmachthistorie/Sdu,  ISBN 90 12 09678 2
  • E. van Loo, S. Maaskant, D. Starink en Q. van der Vegt: Verenigd op de grond, daadkrachtig in de lucht (2017), Nederlands Instituut voor Militaire Historie/Boom, ISBN 9789089537027
  • P.E. van Loo: Crossing the border (2003) Sectie Luchtmachthistorie/Sdu, ISBN 9012099579
  • W. Tabak et al: Nederlanders in DESERT STORM (1991), Directie Voorlichting, Ministerie van Defensie

Werk in uitvoering

De site 'Grondgebondenluchtverdediging.nl' is momenteel in onderhoud.
De oorspronkelijke data wordt geleidelijk weer teruggezet, maar dat vereist wat geduld.
De 'Gallery' of het fotoalbum is nog steeds bereikbaar via deze link: gallery
 
The site 'Groundbasedairdefence' is currently under maintenance.
The original data will be restored gradually, but that requires some patience.
The 'Gallery' or the photo album is still accessible through this link: gallery
 
Excuses voor het ongemak
PATRIOT.
Toen Nederland in 1984 tot de aanschaf van PATRIOT had besloten, werd een aantal militairen als kerninstructeurs opgeleid te Fort Bliss. Deze vormden later het Patriot Instructie Team (PIT). Na terugkomst van het PIT verzorgde zij de opleiding van de PATRIOT squadrons-in-oprichting, waarbij in de periode 1987-1990 ieder jaar één squadron opgeleid werd afgeleverd. Van 1986 tot 1988 opereerde het PIT vanaf de locatie van het Groepslegeringskamp van 12GGW te Hesepe. Na de sluiting van 12GGW werd de opleidingslocatie verplaatst naar de voormalige Belgische HAWK-site te Willebadessen. Een deel van de opleiding van de vuurleiders vond plaatst op de LETS te Schaarsbergen, waar een PATRIOT Conduct Of Fire Trainer (PCOFT) was geïnstalleerd. Al het technisch personeel bestemd voor de PATRIOT werd opgeleid te El Paso.
 

Nadat het PIT de vier PATRIOT squadrons had opgeleid, vonden de PATRIOT-opleidingen plaats op de LETS. Omdat hier geen apparatuur voorhanden was (m.u.v. de PCOFT), was deze opleiding vooral theoretisch van aard. 'Hands-on' opleiding moest vooral plaatsvinden tijdens de OTT bij 3 of 5GGW. Na de opheffing van 3 en 5GGW werd de opleidingstaak vanaf 1996 belegd bij 120Sq van GGWDP dat daartoe werd heropgericht. Ook werd de PCOFT overgebracht van Schaarsbergen naar Vredepeel. Sinds de oprichting van het DGLC is de opleidingstaak belegd bij de Opleidings- en Trainingsbatterij (O&T Bat).

 
PATRIOT Conduct Of Fire Trainer (PCOFT)  

Bronnen:

  • R. Nederlof: Blazing Skies (2002), Sectie Luchtmachthistorie/Sdu,  ISBN 90 12 09678 2
  • Q. van der Vegt: Take-off (2013), Nederlands Instituut voor Militaire Historie/Boom, ISBN 9789461055705
  • E. van Loo, S. Maaskant, D. Starink en Q. van der Vegt: Verenigd op de grond, daadkrachtig in de lucht (2017), Nederlands Instituut voor Militaire Historie/Boom, ISBN 9789089537027

OPLEIDINGEN STINGER / FC / 40L70

 Auteur: Ronald Dorenbos, LKol bd, KLu

De opleidingen voor de STINGER-schutters en teamcommandanten vond plaats bij de Luchtdoelartillerieschool (LUAS), later omgenoemd tot Opleidingscentrum Luchtdoelartillerie (OCLUA), te Ede. De opleidingen behelsde niet alleen de wapentechnische handelingen, maar ook vliegtuigherkenning.
 
Training in de Stingersimulator te Ede (foto: NIMH)
Training in de Stingersimulator te Ede (foto: NIMH)
 
FLYCATCHER 40L70.
De opleidingen voor FLYCATCHER en 40L70 waren sinds 1978 ondergebracht bij de Opleidingsafdeling SHORAD van de LETS, gestationeerd op de Vliegbasis Twenthe. Vanaf 1996 werden de opleidingen door 120Sq op GGWDP verzorgd.
 

Bronnen:

  • R. Nederlof: Blazing Skies (2002), Sectie Luchtmachthistorie/Sdu,  ISBN 90 12 09678 2
  • Q. van der Vegt: Take-off (2013), Nederlands Instituut voor Militaire Historie/Boom, ISBN 9789461055705
  • E. van Loo, S. Maaskant, D. Starink en Q. van der Vegt: Verenigd op de grond, daadkrachtig in de lucht (2017), Nederlands Instituut voor Militaire Historie/Boom, ISBN 9789089537027
 

 

Werk in uitvoering

De site 'Grondgebondenluchtverdediging.nl' is momenteel in onderhoud.
De oorspronkelijke data wordt geleidelijk weer teruggezet, maar dat vereist wat geduld.
De 'Gallery' of het fotoalbum is nog steeds bereikbaar via deze link: gallery
 
The site 'Groundbasedairdefence' is currently under maintenance.
The original data will be restored gradually, but that requires some patience.
The 'Gallery' or the photo album is still accessible through this link: gallery
 
Excuses voor het ongemak

Dit is een uitgave van de Historische Collectie Grondgebonden Luchtverdediging (www.hcglvd.nl)        

HCGLVD / Postbus 90004 / 3509 AA Utrecht / Telnr: 0493-598850 (alleen wo & do)                              
Bezoekadres LtGen Bestkazerne / Ripseweg 1 / 5816AC Vredepeel / Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 

ERVARINGEN VAN EEN MISSILEMAN (door Willem Minderhoud)

In 1959 reisde een eerste groep luchtmachtmilitairen af naar Fort Bliss, Texas, om te worden opgeleid tot ‘operator’ op het toen nagelnieuwe NIKE geleide wapensysteem. Eén van hen was de toenmalige Sergeant-Majoor Willem Minderhoud. Ca. 15 jaar na dato publiceerde hij zijn herinneringen in 10 afleveringen in de ‘BOOSTER’, het onderdeelsblad van de 1e Groep Geleide Wapens (1GGW). De titel van deze serie artikelen was ‘Ervaringen van een missileman’, gepubliceerd onder het pseudoniem ‘LESSWOOD’.

Het verhaal gaat niet zozeer over de NIKE-opleiding zelf maar geeft een prachtig tijdsbeeld over hoe de KLu en het betrokken personeel omgingen met de introductie van een volstrekt nieuw wapensysteem en de opleiding in een -toentertijd- vreemd land. Dit is het verhaal van de eerste geleide-wapens pioniers, velen zouden volgen.                                       

Met toestemming van zijn zoon, AOO b.d. Adrie Minderhoud (die zelf later NIKE Launching Control Officer werd en zijn luchtmachtloopbaan beëindigde als Hoofdopzichter Vuurleiding PATRIOT) worden zijn belevenissen hier nogmaals gepubliceerd. De cursieve teksten zijn de annotaties van de bewerker (Ronald Dorenbos, HCGLVD). Een deel van de foto’s is welwillend beschikbaar gesteld door AOO b.d. Pieter Meijn, zelf één van de deelnemers aan de beschreven reis.  

Pagina 2 van 3